Hoge regeldruk en kosten zorgen voor massaal vertrek uit controlemarkt

Slecht nieuws voor ondernemers: een groot aantal kleine accountantskantoren dreigt te stoppen met wettelijke controles vanwege te hoge regeldruk. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) voert de druk op door twijfels over de kwaliteit van deze kantoren. Als de concurrentie afneemt stijgen de tarieven en zijn de ondernemers uiteindelijk de dupe.

Stijgende prijzen

Dat accountantskantoren de controle-vergunning laten gaan is al langer gaande maar het lijkt te versnellen. In 2015 waren er nog 370 firma’s die een zogeheten Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties)-vergunning hadden. Daar zijn er nu nog 265 van over. Volgens de AFM en marktexperts komt er voorlopig geen einde aan die vrijval. Volgens hen zou ongeveer honderd van de overgebleven kantoren helemaal willen stoppen met de controles.

Ondernemers zijn verplicht hun bedrijf te laten controleren door een externe accountant. Velen zullen op zoek moeten naar een ander kantoor waar ze hoogstwaarschijnlijk veel meer zullen moeten betalen. Dat de prijzen stijgen is ook geen nieuw fenomeen. Dat blijkt ook uit een begin deze maand gepubliceerd rapport van het Economisch Bureau van ING. De tarieven stijgen al drie jaar op rij, schrijft het FD.

Marges onder druk

De wettelijke controle is al verplicht voor bedrijven en instellingen met meer dan vijftig medewerkers met een netto-omzet van meer dan €12 miljoen en een balanstotaal van meer dan €6 miljoen. Dat zijn jaarlijks bij elkaar zo’n 18.560 wettelijke controles die worden verdeeld over de nu nog 265 kantoren met een controle-vergunning.

Volgens sectoreconoom Katinka Jongkind van ING staan de marges onder druk. De kleinere kantoren kunnen bijvoorbeeld minder gemakkelijk opschalen door te investeren in digitalisering. Daarbij zorgen hoge kwaliteitseisen als gevolg van strengere wet- en regelgeving voor hogere kosten. ‘De auditpraktijk is bij heel veel kantoortjes simpelweg te klein om zelfstandig te blijven voortbestaan’, aldus Jongkind.

Kwaliteit van de controles

De toezichthouder maakt zich dan ook zorgen over deze groep. Volgens cijfers van de AFM gaat het om 111 kleine kantoren die per jaar minder dan vijftien controles uitvoeren. Daarbinnen voert het merendeel er zelfs minder dan vijf per jaar uit. Samen zijn ze goed voor 675 van de 18.650 wettelijke controles. Dat betekent dat 42% van alle Wta-kantoren maar 3,6% van het totaal uitvoert volgens het AFM-rapport.

En dat heeft gevolgen voor met name de kwaliteit van de controles zegt Hanzo van Beusekom, bestuurder bij AFM. Een Accountantsorganisatie met een Wta-vergunning moet aan strengere eisen voldoen en dat is moeilijker als een organisatie zeer weinig controles per jaar uitvoert, aldus Beusekom. Hij wijst daarmee op een recente analyse van de waakhond waaruit blijkt dat de kans op een kwalitatief slechte controle groter is bij een kantoor die weinig controles uitvoert.

Onderkant van de markt

Een conclusie waar de koepelorganisatie SRA zich totaal niet in kan vinden. De data-analyse zou dan ook aan alle kanten rammelen. Het is dan ook een gevoelig punt voor de kleine kantoren. De Wta-vergunning geldt als een soort kwaliteitskeurmerk of zelfs een uithangbord. De branche stelt dan ook dat de AFM de onderkant van de markt wegjaagt.

Naast SRA was ook Novaa, een organisatie voor mkb-accountants onaangenaam verrast met het bericht van de toezichthouder. Ook daar is het beeld ontstaan dat de AFM probeert om van de onderkant van de markt af te komen. Dit omdat minister Wopke Hoekstra (Financiën) recent heeft gevraagd aan de AFM om het toezicht op kleine accountant op zich te nemen. Van Beusekom zegt onverschillig te staan tegenover het aantal kantoren. Het gaat hem om de kwaliteit, schrijft het FD.

Altijd op de hoogte blijven?

Ontvang gratis fiscaal nieuws in uw mailbox

  • Vond u dit bericht waardevol?

Share this post